Kleding

ZONDAGSE DRACHT

DE ZONDAGSE DRACHT, OFTEWEL HET “KISTENTUUG” WERD GEDRAGEN ALS MEN NAAR DE KERK, TROUWERIJ, BEGRAFENIS OF IETS DERGELIJKS GING.

De heren droegen een zwart pak. Er zat weinig versiering op. Soms alleen een horloge met ketting. Verder droegen de heren zwarte wollen kousen in wit geschuurde klompen, een zwarte pet op het hoofd en een “goastok” in de hand. Het handvat van de goastok was meestal versierd met een kunstig vlechtwerk van paardehaar en ganzepennen.

De vrouwen droegen een zwarte rok, met daaronder nog vele onderrokken en een degelijke (witte katoenen) lange onderbroek.

Typisch Enschede zijn de gekleurde jakken. In de omgeving en andere plaatsen droeg men zwart.

Aan de voeten, evenals de mannen, zwarte kousen, wit geschuurde klompen en op het hoofd de knipmuts, waaraan knipmutsbellen van goud of zilver hingen.

Sieraden kreeg men vaak als geschenk bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd of bij het trouwen. Bloedkoralen en andere sieraden droeg men in onze streek echter niet zo volop als in andere provincies.

portugal-1997

Daagse dracht.

DE HEREN EEN BLAUW/WIT GESTREEPTE KIEL MET EEN RODE ZAKDOEK. VERDER ALS DE ZONDAGSE DRACHT.DE VROUWEN EEN KORT KATOENEN JAK MET SCHOOT EN KORTE MOUW. EEN BLAUW/WITTE GERUITE SCHORT, DIE GESTEVEN EN IN KEURIGE BLOKJES GESTREKEN EN GEVOUWEN IS.BIJ DEZE DRACHT WERD GEEN KNIPMUTS GEDRAGEN MAAR EEN TROELAMUTS. OOK WERDEN ER GEEN SIERADEN GEDRAGEN. VERDER ALS DE ZONDAGSE DRACHT.

Processed by: Helicon Filter;

Processed by: Helicon Filter;

De knipmuts

Het mooiste van de dracht is de knipmuts, met daaraan de mutsenbellen. De staart bestond uit (Brussels) kant en stiptule. Daaraan kon men ook zien hoe rijk men was. Hoe meer kant, hoe rijker men was. In de tweede helft van de 17e eeuw is in Parijs de “cornedmuts” ontstaan. Deze werd door welgestelde mensen gedragen en kwam daarna hier in de mode. De hollandse vrouwen vonden dat losse kant maar niets en, terwille van de “orde en netheid”, zetten zij het losse kant netjes in het gelid met stijfsel en carcasdraad. Rond 1820 was de muts in geheel Overijssel en Gelderland bij de boerenbevolking ingeburgerd, gecombineerd met de eigen rok en schootdracht. Toen kwam de naam knipmuts in gebruik. Vanaf die tijd werden er geleidelijk wijzigingen aangebracht, waardoor er plaatselijk verschillen ontstonden.

Processed by: Helicon Filter;

De troela muts.

Bij de daagse dracht.

Processed by: Helicon Filter;

Processed by: Helicon Filter;

IMG_20140516_145456

Processed by: Helicon Filter;